In een recente zaak moest de Hoge Raad oordelen over de vraag of de afkoopsom van voorhuwelijks opgebouwde pensioenaanspraken tot de gemeenschap van goederen behoort. Dit geschil ontstond in het kader van een echtscheiding. 

Belanghebbende kocht tijdens het huwelijk zijn pensioenrechten af. De afkoopsom is vervolgens geïnvesteerd in een tot de gemeenschap behorende woning in Frankrijk. In het kader van de echtscheiding claimt hij ter zake van de geïnvesteerde afkoopsom een vergoedingsrecht (reprise) op de gemeenschap van goederen. Rechtbank en hof wezen de claim af, maar de Hoge Raad oordeelt ten gunste van belanghebbende.

Volgens de Hoge Raad strookt het met de (ratio van de) ‘Wet verevening pensioenrechten bij scheiding’ om afgekochte pensioenrechten zoveel mogelijk op gelijke wijze in aanmerking te nemen als niet afgekochte pensioenrechten. De pensioenrechten die de man voorhuwelijks heeft opgebouwd worden immers op de voet van deze wet niet verevend.

Nu de onderhavige pensioenrechten buiten de gemeenschap van goederen vielen en ook niet voor verevening in aanmerking kwamen, valt ook de afkoopsom buiten die gemeenschap. Aan belanghebbende komt conform zijn eis een vergoedingsrecht toe.

Onderhavig arrest is ook van belang voor in gemeenschap van goederen gehuwde DGA’s die hun voorhuwelijkse pensioen in eigen beheer in het kader van het uitfaseren hebben afgekocht of omgezet in een ODV (oudedagsverplichting). Het is zaak om dit vermogen te monitoren, zodat bij echtscheiding de reprise kan worden geëffectueerd.

Meer weten? Neem dan contact met ons op.